Er zit niemand in de cockpit*

Mijn therapeut zei een keer dat voorspelbaarheid een belangrijke factor is in een relatie (ik weet niet meer in welke context, waarschijnlijk wist ik niet goed waar ik aan toe was). Het is omdat we min of meer weten wat we kunnen verwachten, dat we er dag in dag uit mee kunnen dealen. Ik weet ongeveer hoe mijn lief 's avonds van haar werk thuiskomt omdat ze dat vaker heeft gedaan: licht wisselvallig onder invloed van het weer, eventuele treinvertragingen en nog enkele variabelen, maar de kans is groot dat ik de verzameling van lichaam en kleding, gedrag, geluid en temperament zal herkennen als mijn lief. Dat geeft rust, en meer zelfs: het zou geen leven zijn als haar wezen altijd één grote onzekere verrassing is.

Vandaag vlieg ik onverwacht drie dagen eerder dan gepland van New York naar Brussel, vanwege een complicatie. Tijdens het wachten lees ik op mijn schermpje dat we levens kunnen redden door bij elkaar uit de buurt te blijven, en dat we dat advies heel ernstig moeten nemen. Ik stel het thuisfront gerust dat mijn vlucht doorgaat, dat ik het gehaald heb, lieg dat het niet te druk is, dat alles goed gaat. 'Move on, move on, move on', roept een veiligheidsmedewerker. We zijn Europeanen en we zijn niet langer welkom. We willen naar huis en we zijn met velen, en we schuifelen zigzaggend richting bagagecontrole - dicht bij elkaar. Te dicht, bij elkaar. Ik zie overal handen: op leuningen, in tassen, aan monden en neuzen en billen en andere handen, ik zie lippen die kussen, af en toe een mondmasker. Hier en daar staat een pompje met ontsmettingsmiddel op een stok - leeg, meestal.
Alles ademt de schijn van zorgeloosheid, en dat is besmettelijk: we doen collectief alsof we weten waar we aan toe zijn. Dat kunnen we aan, daarmee zijn we vertrouwd, we kennen niet anders. Het is ongelofelijk en het is echt zo: over het algemeen weten we in onze welvarende lage Europese uithoek altijd en overal precies waar we aan toe zijn. We zijn zo gewend aan een draaiboek voor alles, dat we het als een systeemfout zien wanneer het ontbreekt. En dus gebruiken we het vaak als argument om te zeggen dat iets anders moet: 'Weet je wat het probleem is? Ik weet gewoon niet waar ik aan toe ben.'
We zijn trage gewoontedieren, en we hebben incubatietijd nodig om ons aan te passen. Als ongenode veranderingen elkaar te snel opvolgen verliezen we de controle, en wordt duidelijk hoe kwetsbaar we zijn, en hoe fragiel de balans is die we als bij wonder al zo lang houden.

Ik klik mijn gordel vast. De motoren brullen.
Het koppel naast mij knijpt hard in elkaars handen tijdens het opstijgen, alsof ze in vrije val gaan.
Het lijkt erop dat ze dat vaker hebben gedaan: elkaars handen vasthouden terwijl ze tegen driehonderd kilometer per uur vooruitschieten. Relax - nothing is under control.

Misschien kunnen we in de onvoorspelbaarheid van de storm die ons wacht weer helder zien hoe we elkaars handen nodig hebben. Hoe alles met alles verbonden is. En misschien kunnen we in de stilte van de muren die ons omringen, terwijl alles om ons heen tot stilstand komt - misschien meer dan ons lief is - proberen rust te vinden in het niet weten, en in de onzekere verrassing van het hier en nu.

Waar gaan we landen? Niemand die het weet.

* 'Er zit niemand in de cockpit' is een quote uit de inleiding van Dit kan niet waar zijn, het boek van journalist Joris Luyendijk over zijn onderzoek in de City, het financiële hart van Londen.

 

Deze tekst verscheen op 20 maart 2020 in De Standaard.