Een nieuwe collectieve choreografie

Nieuw onderzoek wijst uit dat mensen tot op de laatste seconde van hun leven blijven horen.
Het katapulteert me vijftien jaar terug in de tijd, toen ik aan het sterfbed van mijn grootvader stond en mijn grootmoeder terwijl hij zijn laatste zucht uitblies zacht in zijn oor prevelde hoe graag ze hem zag.

Net na de corona-uitbraak ontdekte ik surfend op internet Shield, een designbank met een plexiglazen scherm waardoor mensen veilig en toch dicht bij elkaar konden zitten. Ik zag corona op dat moment nog als een griepje als een ander en ik vond het een goeie grap - of fel overdreven.

Vandaag, vijf maanden en wereldwijd meer dan een half miljoen doden later balanceren we op de vage grens tussen doorgaan zoals vroeger en blijven staan waar we staan - maar lijken we in ieder geval te beseffen dat we minder snel virusvrij zullen zijn dan we in eerste instantie dachten.
De uiterlijke tekenen van dat besef worden meer en meer zichtbaar in de openbare ruimte: dunne wandjes die vijf maanden geleden als tijdelijke voorzorg aan elkaar werden getapet worden vervangen door robuustere exemplaren, pedaalpompjes met desinfectiegel krijgen net als vuilnisbakken en lantaarnpalen een vaste plek in het straatbeeld, online menukaarten en 'contactloze' aanhuisleveringen zijn op punt gesteld.

Wat eerst een grap leek zal snel de nieuwe norm worden, en meer en meer zal corona-proof design zoals Shield de aanblik van onze publiek gedeelde ruimte en onze collectieve choreografie veranderen: in- en uitgangen zullen overal gescheiden worden, wandelpaden zullen minstens twee meter breed worden, overal zullen bordjes verschijnen met een maximum aantal bezoekers.

De valkuil in de herontwikkeling van onze ruimte is dat deze in de eerste plaats gericht zal zijn op het creëren van veiligheid en dus: het bewaren van afstand. De grote uitdaging wordt om behalve de nodige ingrepen die mensen fysiek van elkaar scheiden, ook na te denken over de vraag welke interventies mensen juist dichter bij elkaar kunnen brengen.

De verhalen van ouderen die eenzaam sterven en geliefden die machteloos moeten toekijken waren afgelopen maanden schering en inslag. Het was een hartverscheurende confrontatie met de grenzen van onze ouderenzorg, die veel eenzaam leed veroorzaakte en bij achterblijvers diepe wonden sloeg.

Het is denk ik goed als we onze nieuwe realiteit snel en veilig ontwerpen, maar daarin de focus verleggen van 'afstand creëren' naar 'verbinding mogelijk maken'. Laten we investeren in het ruimtelijk en innovatief herdenken van onze woonzorgcentra, zodat we in het onverhoopte maar mogelijk onvermijdelijke geval van een tweede lockdown waardig afscheid kunnen nemen van onze geliefde ouderen - en hen in hun laatste momenten veilig maar nabij kunnen zeggen hoe graag we hen zien.

 

Deze tekst verscheen op 10 juli 2020 in De Standaard Avond.