Getsjilp in de Kamer

Tijdens het laatste jaar van de middelbare school zat er één meisje in mijn klas die een opklapbare Ericsson had, waar ze stiekem 's middags in de toiletten mee ging bellen. Ik herinner me dat het aantal mobiele telefoons in de loop van dat jaar snel vermenigvuldigde, en dat er als antwoord daarop strenge protocollen kwamen: je mocht er eentje bij je hebben maar je mocht 'm niet gebruiken, later mocht je 'm alleen tijdens de pauzes gebruiken, nog later werden ze bij het begin van de les ingezameld in een kartonnen doos - na de les kreeg je 'm dan weer terug. Voortschrijdend inzicht in veranderende tijden. Toen ik vorig jaar voor een project weer eens op mijn vroegere middelbare school kwam bleek de smartphone niet meer uit de les weg te slaan. Ik schrok en voelde me oud maar ik kon me er iets bij voorstellen: ook ik ben inmiddels vergroeid met mijn mobiele telefoon. En het is moeilijk om iets te bannen waarmee je je zo verbonden voelt.

In de politieke debatcultuur lijkt zich dezelfde evolutie te hebben voltrokken. Gisteren al maakte deze krant de vergelijking met de praktijk van het federale bestuursniveau van twintig jaar geleden, toen voormalig premier en wijlen Jean-Luc Dehaene zich met zijn regering in een kasteel terugtrok om in alle discretie, ver weg van alles en iedereen achter gesloten deuren regeringsonderhandelingen te voeren. Het contrast met de open en blote praktijk van vandaag kan haast niet groter zijn: de smartphone is alom aanwezig in het parlement, en Twitter en Facebook zijn het publieke platform geworden waar politieke standpunten nog tijdens de zitting zelf worden doorgedouwd en persoonlijke vetes worden uitgevochten.

In Nederland werd afgelopen januari de actiegroep Fractie van Aandacht in het leven geroepen, een burgerinitiatief dat het overmatig gebruik van de smartphone in de Tweede Kamer aan de kaak stelt. De onderzoekers turfden tijdens een plenaire vergadering om de tien minuten hoeveel van de betrokken politici op hun telefoon bezig waren.
Resultaat: een gemiddelde van negentig procent.

Beste volksvertegenwoordigers, in Vlaanderen heeft één op de vier jongeren een ongezonde relatie met zijn of haar smartphone. Maar het lukt jullie in de Kamer al amper om gesprekken te voeren zonder de voortdurende afleiding van jullie tsjilpende getweet. Misschien kunnen jullie laten zien dat het ook anders kan? Is het de overweging waard om een gedragscode in te stellen die gebruik van sociale media tijdens onderhandelingen aan banden legt? En waarom geen kartonnen doos bij de ingang van de Kamer? Wie weet blijkt een gesprek van mens tot mens zelfs een geheim wapen in de strijd om een regeringsvorming, stel je voor. Of is het naïef om te denken dat dat nog steeds is waar jullie voor gaan?

 

Deze tekst verscheen op 9 juli 2020 in De Standaard Avond.