De weg naar succes, voor Broccoli en Bloemkool

Er is zoveel vraag naar succes dat succes zelf een markt is geworden. Een groeiende schare ‘succesmanagers’ voorziet voor al wie ervoor betaalt, een inspirerend aanbod aan lezingen, workshops en persoonlijk advies. De regels voor succes anno 2015: zij hebben ze in hun binnenzak. Wat zou ik daar als kunstenaar niet allemaal van kunnen leren? Tom Struyf nam contact met hen op, sprak met hen en zag het licht. Maar of dat licht ook de kunsten extra kan doen floreren?

Gedrevenheid, vechtlust, inspiratie, creativiteit, enthousiasme en optimisme. Deze zes talenten zijn voor iedere succesvolle ondernemer nodig. Ik help u grip op uw eigen talenten te krijgen en vertaal deze eigenschappen naar concrete handelswijzen. U krijgt als ondernemer een scherpere focus en u bent daardoor beter in staat uw talenten in te zetten voor uw onderneming. In een oriënterend gesprek ontdekt u waar uw kracht ligt, en u zult merken dat uw enthousiasme voor uw eigen bedrijf toeneemt. Samen met mij formuleert u uw visie en stellen we een concrete aanpak op waarmee u uw visie in uw organisatie implementeert. Uw visie brengt u meer succes.

Ik heb zin om met u samen tot een groot succes te komen. Heeft u een specifieke vraag of wilt u een keer sparren over uw situatie? Graag!

Met enthousiaste groeten,

Ben Van Dijk, succesmanager.

Beste meneer Van Dijk,

Ik ben Tom Struyf, acteur en theatermaker, en het gaat niet goed met mij. Mijn voorstellingen worden in de gesubsidieerde theatersector meestal goed onthaald, maar trekken zelden volle zalen. Wat ik maak is geen entertainment. Ik wil mijn publiek aan het denken zetten over de wereld waarin we leven, de tijdgeest, grote maatschappelijke thema’s. Het zijn diepgravende, vaak verwarrende voorstellingen die een investering vragen van de toeschouwer. De vzw Tom Struyf is een eenmansbedrijfje dat theatervoorstellingen maakt met middelen van de Vlaamse overheid, via projectsubsidies verkregen op basis van lijvige aanvraagdossiers. Soms krijg ik die middelen, soms niet. Als ik geluk heb, stelt zo’n subsidie me in staat een minimum aan productiekosten te dekken, iemand te betalen voor de boekhouding en loonadministratie, een technicus te betalen volgens het minimum van de CAO podiumkunsten. Er is geen geld voor extraatjes. De computer waarop ik werk heb ik zelf betaald, ik huppel van de ene bij elkaar gebedelde repetitieruimte naar de andere, de tweedehandsauto waarin ik rijd betaal ik maandelijks af bij mijn moeder, kilometers worden standaard niet vergoed. Ik werk me de klok rond te pletter omdat ik noodgedwongen zowel creatie, productie, verkoop als communicatie voor mijn rekening neem. Een lief heb ik niet, tijd voor familie en vrienden blijft er amper over. Het is een voortdurend balanceren op de rand van financiële en emotionele uitputting.

En er is weinig perspectief op verbetering. Overal wordt gesnoeid, en niet het minst in de subsidiepot voor cultuur. Programmatoren zijn terughoudend omdat ze break-even moeten draaien en bang zijn om hun zalen niet vol te krijgen. Publieksaantallen verminderen, het aantal speelplekken loopt terug, afdingen op uitkoopsommen is legio. Kansen worden kleiner, het water staat me aan de lippen. Het vraagt veel inzet om de moed niet te verliezen. Het goeie nieuws is dat ik mijn werk graag en gepassioneerd doe, en wil blijven doen. De vraag is: hoe? Is het mogelijk om een afspraak te maken om mijn situatie eens samen te bekijken?

Alvast hartelijk dank voor uw reactie,

Beste groet,

Tom Struyf.

Mijn Volkswagen Polo valt ernstig uit de toon tussen de directiewagens op de parking van restaurant De Valk. Maar ik had deze stijlbreuk voorzien, en daarom draag ik naast mijn oranje schoenen voor het eerst in mijn leven een colbert over mijn streepjestrui. Chic maar nonchalant, in subtiel maar scherp contrast tegenover de rest van de uitsluitend grijze maatpakken om mij heen. Ik ben de artiest. De designer die met de CEO komt overleggen over de kleur van de nieuwe banken in de lounge, of de schilder die zijn nieuwe werk komt toelichten bij een rijke, geïnteresseerde klant. Of de mislukte theatermaker, die om advies komt vragen bij de succesvolle ondernemer.

Ik speel mijn rol voortreffelijk. Net als hij.

De man die tegenover mij zit, is de directeur en oprichter van Van Dijk Coaching & Consultancy, marktleider in België op het gebied van training en coaching voor ondernemers. Jaarlijks verzorgt hij zo’n honderdvijftig seminars in succes, leidinggeven en persoonlijke effectiviteit. Na afloop van zo’n seminar maakt volgens zijn website 91 procent van zijn klanten een ‘meetbare progressie’ door. 99 procent van zijn klanten vond het een ‘waardevolle investering’.

In de twee uren die volgen, is Ben bijna constant aan het woord. De enige pauzes die vallen zijn de momenten tussen een korte, gerichte vraag van hem en mijn twijfelachtige antwoord daarop. Hij praat in de derde persoon over zichzelf, gebruikt zonder verpinken verkeerde zegswijzen en knipt om de halve zin met z’n vingers. Zijn zelfzekerheid is ongezien. Maar tegelijk is hij oprecht en sympathiek, en krijgt ons samenzijn bij momenten zelfs de ondertoon van het betere gesprek tussen vader en zoon. Ben Van Dijk is niet over één kam te scheren, zoveel is duidelijk. Ik doe een poging om verder te kijken dan het cliché van de ondernemer: wat kan deze man voor mij als theatermaker betekenen? Wat kan ik van hem leren?

ACHT TIPS VAN DE SUCCESMANAGER
(Lees: acht lessen voor een beter leven)

1. Opereer vanuit je natuurlijke talent. Ga op zoek naar je kwaliteiten en train die tot vaardigheden. Kwaliteiten trainen die je niet bezit, is een recept voor ongeluk en depressie, want het zullen nooit vaardigheden worden.

‘Zelfs de beste landbouwer of kok kan van een broccoli geen bloemkool maken, en van een bloemkool geen broccoli. Het is allebei lekker, maar van het een het ander maken gaat niet. Je kunt van een ezel geen koerspaard maken, en van een schaap geen leeuw.’

Ik denk dat ik een pony ben met de allures van een trekpaard. Ik weet waar mijn kwaliteiten liggen, maar ik ben overmoedig – waardoor ik daarnaast ook kwaliteiten ga trainen die ik niet bezit, en daarin te veel tijd investeer. Resultaat: overbelaste spieren en de chronische dreiging van een lichte depressie. Maar voor zover je theatraliseren en dramatiseren ‘natuurlijke talenten’ kunt noemen, denk ik dat ik daarin wel een zekere vaardigheid heb ontwikkeld.

- Maar beste Ben, iets anders. Ik ben het hartgrondig met u eens dat kwaliteiten trainen die je niet bezit, geen goed idee is. Maar als u zegt dat ‘succes geen toeval is, maar een keuze’, vind ik dat u de suggestie wekt dat mensen die ongelukkig of depressief zijn dat sowieso aan zichzelf hebben te danken: dat krijg je nu eenmaal, als je in de verkeerde kwaliteiten investeert. Eigen schuld, dikke bult. Naar mijn ervaring echter is ons bewustzijn een hond die gaat liggen waar hij wil, en hebben mensen vaker niet dan wel hun eigen doen en laten in de hand. Kun je hen daar dan wel op afrekenen, vraag ik me af?

2. Waar ga jij van kwispelstaarten? Als je een van je kwaliteiten met passie kunt verbinden, heb je je kwispel gevonden. Maak er bewust werk van om hier meer tijd aan te besteden, en je hoeft nooit nog een dag te werken.

Aan kwispelstaarten geen gebrek. Integendeel zelfs, ik hou zo van wat ik doe dat ik doorsla in de andere richting: ik kwispel me kapot. En hoe je het dan ook wendt of keert: vroeg of laat begint kwispelen op werken te lijken. Daar ontkom je niet aan. Dus nog meer tijd aan kwispelen besteden, daar bedank ik voor. Iemand halftijds in dienst nemen om samen te kwispelen is een ander verhaal. Maar dat schept dan weer een ander probleem: wie gaat die grap betalen?

- Trouwens, beste Ben, over kwispelen gesproken. Het moet me toch even van het hart: ik ben geen hond, en ook geen kleuter. Zullen we een kat gewoon een kat noemen, zonder omweg? Ze leiden me af, al die dieren.

3. Je passie is je handelsmerk. Zorg dat je succes op jezelf afstraalt. Je bent een product, en je vertegenwoordigt voortdurend jezelf en je werk. Alles is marketing. Zorg dat je op een of andere manier bekendheid verwerft. Mensen kiezen voor wat ze kennen, en als ze zich met jou en je werk associëren, willen ze er ook voor betalen.

Ik heb ooit van acteren – mijn passie, mijn kwispel – mijn beroep gemaakt. Ik studeerde af aan de toneelschool en kwam zo automatisch in de databanken van castingbureaus terecht. Groot was mijn vreugde toen ik niet eens zoveel later werd opgebeld. Veel groter was mijn teleurstelling echter toen ik een dag later voor een draak van een casting directorstond te poseren met een Solo-botervlootje, en de draak in kwestie vond dat ik dat niet overtuigend genoeg deed. Ik kon wel huilen, en ik vroeg me af of het hiervoor was dat ik vier jaar lang mijn droom achterna had gejaagd.

- Beste Ben, ik was even bang dat u de slappe lach zou krijgen toen ik u dit vertelde. Ik ben blij dat u het met me eens bent dat het nieuwe gezicht van Solo-boter worden niet perse een goeie strategie is – even dacht ik namelijk dat dat juist was wat u bedoelt als u het hebt over ‘op een of andere manier bekendheid verwerven’.

Maar tegelijk zegt u dat u vindt dat kunstenaars te veel vasthouden aan hun authentieke zelf, uit angst hun integriteit te verliezen. Want je kunt ook zaken doen zonder je ziel te moeten verkopen, zegt u. Je moet je authenticiteit inzetten, iets vinden wat bij je past en er je voordeel mee doen.

Ik denk dat u gelijk hebt. Dat denk ik echt. En ik waardeer het enorm dat u met me wilt meedenken over iets wat bij mij past, maar het spijt me: zorgen dat mijn show op televisie wordt uitgezonden is echt geen optie. Dat is geen gebrek aan ambitie, dat is realiteitszin: dat gaat gewoon niet gebeuren. En net als u vind ik wat Herman van Veen heeft bereikt zeer verdienstelijk, maar Tom Struyf zal hem nooit worden. Wat zei u ook alweer over broccoli en bloemkool?

Overigens denk ik ook dat u zich vergist als u zegt dat ik, mits enige toegenomen bekendheid, binnenkort geen subsidies meer nodig heb, want dat de zalen vol zullen zitten – en dat ik dus iemand halftijds in dienst zal kunnen nemen om mijn administratief werk over te nemen. Het is niet om mezelf in te dekken, maar ik zou absoluut hoogmoedig zijn als ik dit met dezelfde stelligheid zou beweren.

Desalniettemin beloof ik u dat ik uw voorstel om mijn kwispel opnieuw als product in te zetten ernstig in overweging zal nemen. Ik denk na over een manier die bij mij past. En als daarna blijkt dat ik zelfbedruipend kan zijn, zoals u voorspelde, zal ik u dat met trots te kennen geven.

4. Creëer meerwaarde. Vertaal je kwispel naar iets wat ook voor anderen waardevol is. Zorg dat je een groter doel dan alleen jezelf dient. Dat is het ultieme leiderschap: loskomen van je eigenbelang. Het gaat niet meer om jou, maar om het grotere geheel.

Ik wil verhalen vertellen waar mensen iets aan hebben, en naar mijn gevoel is dat ook vaak zo. De meerderheid van het publiek verlaat meestal kwispelend de zaal. Dat is belangrijk voor mezelf, maar ook voor het ‘grotere geheel’ (hoe klein en beperkt dat ‘grotere’ ook is), omdat die verhalen verder leven, mensen ze mee naar huis nemen, hun leven en de wereld in. Of me dat echter ook tot de ultieme leider maakt, durf ik sterk te betwijfelen.

- Nog even twee dingen, beste Ben. U bent een weldoener. U benoemt meermaals hoe belangrijk u het vindt om iets te doen waar de wereld een beetje beter van wordt. U zegt dat u nooit voor het geld hebt gewerkt, maar tegelijk zegt u dat u nooit meer hoeft te werken, en zelfs uw kinderen niet. Vindt u dat toch niet een klein beetje gemakkelijk, om dan te zeggen dat u het niet voor de centen doet? En dan nog iets. Wat me opvalt, is dat u tijdens ons gesprek ‘iets brengen waar de maatschappij nood aan heeft’ te pas en te onpas letterlijk gelijkstelt met ‘een product leveren waar de markt op zit te wachten’. Is dat niet een beetje kort door de bocht? Wordt de markt, beste Ben, niet per definitie gedrevendoor eigenbelang? Daar wou u toch juist vanaf, dacht ik?

In elk geval: ik heb geleerd dat je van een broccoli geen bloemkool kunt maken, en andersom ook niet. U kunt de markt misschien lekkerder vinden, maar haar zonder slag of stoot in de maatschappij veranderen kunt u niet. Dat lukt zelfs een doorgewinterd marketeer als u niet.

5. Maak jezelf exclusief. Bepaal zelf voor wie je product bedoeld is, en voor wie niet.

‘Als je een gepassioneerd hondenfokker bent: dan laat je toch ook niet zomaar eender wie jouw puppy’s kopen? Als je met je dieren begaan bent, dan zorg je toch dat die een warme nieuwe thuis krijgen?’

Niet akkoord. En als theatervoorstellingen jonge schattige hondjes zijn, jawel: ik deel mijn puppy’s uit, het liefst aan de grootste hondenhaters, in de hoop dat ze hun idee bijstellen. Ik wil dat iedereen weet dat ik speel, en ik wil dat iedereen komt kijken. Dat wil ik echt, en ik stop daar zeer veel tijd en energie in. En het is mijn grootste triomf als ik iemand kan overtuigen die nog nooit een voet in het theater heeft gezet. Niet omdat ik dan een zieltje heb gewonnen, maar omdat iemand iets nieuws als positief heeft ervaren. Ik maak mezelf en mijn werk liever inclusief: ‘kom maar allemaal af’.

- Beste Ben, weet u nog dat ik u vertelde dat ik me wou inschrijven voor uw tweedaagse seminar ‘Persoonlijke Effectiviteit’, maar dat ik daar weer op terugkwam toen ik het prijskaartje zag? En weet u nog dat ik me de naïeve vraag stelde of het niet een beetje preken voor eigen kerk is: succescoaching voor mensen die al succesvol zijn? U zei me toen dat het heel simpel is, want dat uw programma’s gemaakt zijn voor mensen die ze kunnen betalen. ‘Als je mijn opleiding als ondernemer niet kunt betalen, dan wil dat zeggen dat het water je al aan de lippen staat. En dan kun je hier niks komen doen.’ Zo zei u het letterlijk. Maar toen ik vervolgens vroeg of u er dan echt zeker van was dat ik er als deelnemer niks aan zou kunnen hebben, werd u toch een beetje onzeker, of niet? En toen u daarna zei dat elk van uw seminars sowieso een added value is voor je intellectueel kapitaal, kon ik me toch moeilijk van de indruk ontdoen dat u een beetje hulpeloos probeerde om uw eigen vel te redden. Snapt u dat?

En beste Ben, vergeef me, maar als de exclusiviteit van uw programma’s in het prijskaartje zit: vindt u uw metafoor van de hondenfokker die met zijn dieren is begaan dan niet een klein beetje misplaatst?

6. Stel jezelf op alle vlakken van het leven concrete, inspirerende doelen, en bepaal de termijn waarbinnen je ze wilt realiseren. Als je geen plan maakt voor jezelf, word je ingezet in de plannen van anderen.

 Werkpunt. Op korte termijn lukt me dit: ik haal premières en deadlines, kan toegewijd en gefocust werken tot iets klaar is. Het tijdelijke is mijn comfortzone, maar ik heb geen langetermijnproject of -visie, geen te vervullen droom of levenswerk. Niet in het theater, en niet daarbuiten.

- Hier hebt u een gevoelige snaar geraakt, beste Ben. Ik heb u expliciet gevraagd of u denkt dat de doelmatigheid die u betoogt, behalve op professioneel vlak ook op persoonlijk vlak nodig is. En u bent daarover zeer duidelijk. ‘Als je dat niet doet, raakt je leven uit balans', is uw antwoord. ‘Als je alleen maar professionele en artistieke doelen stelt, gaan daar andere dingen onder lijden. Heb je toevallig een relatie, Tom?’ Het is de langste stilte die ons gesprek zou kennen. Zelfs u houdt even uw mond. En voor het eerst begrijp ik wat u bedoelt als u zegt dat coaching altijd over het leven zelf gaat, en dat ronkende namen als ‘Beter Leiderschap’, ‘Persoonlijke Effectiviteit’ en ‘De vijf Pijlers van Succes’ alleen maar bruggetjes zijn om het over het leven zelf te hebben.

7. Modelleer je succes door strategisch meesterschap. Onderzoek de strategieën van de mensen naar wie je opkijkt, en maak ze jezelf eigen. Ze zijn een shortcut naar je doel.

‘Als ik een kunstenaar zou zijn, zou ik kijken naar de meest succesvolle kunstenaars in de wereld, en me afvragen: hoe komt het dat ze zo succesvol zijn? Wat is het format, wat is het concept? En hoe kan ik dat inzetten om mijn eigen succes te vergroten? Alle toppers hebben geleerd van hun inspiratoren: Helmut Lotti keek op naar Elvis Presley, Britney Spears naar Madonna, Justin Timberlake naar Michael Jackson.’

Met dit voorbeeld geeft u precies aan wat u doet en waar u goed in bent. Want als het klopt wat u zegt, als dit is wat u als kunstenaar zou doen – wat ik overigens geloof, precies omdat u bent wie u bent en doet wat u doet – zou u in mijn opinie daarmee allerminst bewijzen dat u een kunstenaar bent, maar eens te meer een eersteklas marketeer. En ik schat de kans erg groot in dat de wereld in uw val zou trappen, en samen met u als ‘strategisch meester’ (ik zou zelf eerder zeggen: meestervervalser) zou geloven dat u een groot kunstenaar bént. Ik begrijp nu ook beter, beste Ben, waarom u me eerder zei dat u vindt dat kunstenaars niet zo moeten vasthouden aan hun authenticiteit. U geeft zelf namelijk geen ene fuck om authenticiteit. Als het er maar authentiek uitziet. De rest kan u niet schelen.

Maar weet u. Mensen in de kunsten zijn over het algemeen niet zo geïnteresseerd in een shortcut. Voor iets authentieks lopen ze zelfs vaak graag een blokje om. Dat heeft met hun kwispel te maken. U hield toch een pleidooi om daar zoveel mogelijk tijd aan te besteden?

- Maar dit gezegd zijnde, terug naar mezelf. Ik vind veel mensen fantastisch, maar ik heb geen idolen. Net zomin als Herman van Veen, reikt mijn ambitie om Helmut Lotti of Justin Timberlake te worden niet erg ver. Kritiekloos bewonderen behoort waarschijnlijk niet tot mijn kwaliteiten, laat staan dat ik ervan ga kwispelen. Los daarvan ben ik er net als u wel van overtuigd dat de kunstenwereld enorm gebaat zou zijn met bepaalde strategieën uit de bedrijfswereld – bijvoorbeeld met betrekking tot publiciteit en marketing. En nogmaals: ik denk dat u gelijk hebt als u zegt dat we daar iets te huiverachtig tegenover staan, uit angst om onze eigenheid te verliezen. Misschien kunt u ons, kunstenaars, eens uitnodigen? Het is maar een idee …

8. Mislukking bestaat niet. Iets wat niet loopt zoals gehoopt of verwacht, is feedback op wat je hebt gedaan. En feedback is waardevolle informatie die je kunt aanwenden om het de volgende keer beter te doen. Hou van je critici.

‘Stel: je gaat een cake assembleren, en je doet dat zonder een recept te volgen. Je zet die cake in de oven, en als hij klaar is, proef je, en die cake is om uit te braken. Tja. Dan kun je wel blijven roepen: “Dat is mijn cake, mijn eigen authentieke cake!” En dat klopt. Maar als niemand die cake van jou wilt vreten, dan maak je jezelf alleen maar wijs dat je het goed hebt gedaan. Je hebt het namelijk niet goed gedaan. Alles begint altijd bij de vraag wat de mensen willen proeven. En hoe meer mensen er zeggen: “Amai, dat is een lekkere cake!”, hoe groter je motivatie zal worden om nog meer cake te bakken. Als Jules Destrooper koekjes zou gebakken hebben die niemand wilde vreten, hadden we zijn koekjes niet gekend.’

Beste Ben, de mooiste dingen en verhalen zijn ontstaan omdat iemand iets geks ging proberen. Een van mijn vrienden probeert op dit moment samen te wonen met een schaap. Geen mens die er iets van snapt, geen hond die ernaar komt kijken. Kent u Vincent van Gogh? De arme man verkocht tijdens zijn leven maar één schilderij en werd pas na zijn dood wereldberoemd. Vindt u dat hij zijn recept had moeten aanpassen? Dat hij slecht is omgegaan met de feedback die hij kreeg? Is hij een mislukt kunstenaar?

De kunsten zijn een speeltuin, beste Ben. Een vrijplaats voor denken, doen en laten, waar alles kan. Waar los van logica, parameters en wetmatigheden dingen kunnen worden uitgeprobeerd – zonder meteen te moeten worden beoordeeld op efficiëntie en functionaliteit. Waar mensen rare dingen kunnen doen, en daarin kunnen volharden en rustig kunnen mislukken, zonder meteen perse vanalles te moeten bijsturen.

En dan nog dit. U zegt dat alles begint bij wat de mensen willen proeven. En dat klopt natuurlijk, als u de mens als consument benadert. Maar stel dat we de koekjes van Destrooper nu eens vanuit een ander oogpunt dan dat van de markt zouden bekijken – neem dat van, pakweg, de volksgezondheid. Dan vinden we die koekjes waarschijnlijk nog altijd even lekker, maar dan wil dat daarom nog niet meteen zeggen dat het ook een goed idee is om ze te eten. Net zoals het niet perse een goed idee is om de vleesindustrie te stimuleren omdat we nu eenmaal zo graag vlees eten. Ik ben zelf eerder geneigd aan te nemen dat mensen, en met name grote groepen mensen samen, het best vaak bij het verkeerde eind hebben. Maar goed. Als u echt denkt dat het voor het algemeen welzijn een goed idee is om je te laten leiden door wat de mensen ‘willen proeven’, beste Ben, is dat volgens mij hetzelfde als beweren dat je een man het best naar zijn mening over vrouwonvriendelijke porno vraagt in de vijf seconden voor hij gaat klaarkomen. Wees eens eerlijk, lijkt u dat werkelijk zo’n goed idee?

- Overigens ben ik het voor de rest helemaal met u eens, over dat mislukking niet bestaat. En persoonlijk ben ik er ook niet zo bang voor, denk ik. Feedback krijgen van slimme mensen: hoe meer hoe liever. Dus wat dat betreft zitten we weer op hetzelfde spoor.

Een dikke twee uur en een salade met gerookte zalm later is de parking van restaurant De Valk leeg, op onze beide auto’s na. En terwijl ik achter Bens gitzwarte glimmende Lexus de parking verlaat en weer stilval, denk ik dat ik weet wat ik moet doen.

Ik moet een voorstelling maken over integriteit. Waarbij ik eerst mijn ziel verkoop door mee te werken aan een commercieel tv-programma, daardoor heel bekend word, mijn deelname daaraan tot onderwerp maak van de voorstelling, en volle zalen trek met mijn bekende kop. Dat moet ik doen, denk ik.

Ik start opnieuw, ontkoppel en duw het gaspedaal in – eerst zachtjes, dan harder.De wereld is aan de snelle, gewiekste, strategisch voorbereide berekenaars. Zoals ikzelf, besef ik. Want, de glimmende Lexus van de succesmanager of de oranje schoenen en de streepjestrui van de kunstenaar: wat is het verschil? Ben Van Dijk en ik: allebei feilloos gemodelleerd naar wat bij ons past, naar wat we doen, en willen bereiken.

En weet u, beste lezer. Ik moet u nog iets bekennen. Dit artikel is ook opgezet spel. De ‘Acht Tips van de Succesmanager’ is een model dat ik zelf heb verzonnen. Het is waar: het is makkelijk, sarcastisch te zijn achter iemands rug om. Maar ik ben niet zo brutaal als ik me voordoe. En Ben Van Dijk bestaat niet echt. Ik heb hem verzonnen – weliswaar op basis van enkele gesprekken met echte mensen, maar ik heb er een verhaal van gemaakt. Ik ben een theatermaker. Ik weet als de beste wat een goeie en stijlvolle verpakking is. En ik wil dat u dit van me aanneemt, dus ik heb er een beetje over nagedacht. Ik heb het een beetje voor u in scène gezet.

Het verschil echter tussen de Ben Van Dijks van deze wereld en mijzelf zit ‘m waarschijnlijk in het feit dat ik het u vertel, dat ik dit artikel zo heb bedacht. Als een bijsluiter bij een agressief medicijn. Omdat het namelijk niet mijn bedoeling is om u in een of andere listige val te lokken. En ik zeg niet dat Ben Van Dijk dat per definitie wel wil, maar er is iets in zijn retoriek waar je je als welwillend luisteraar maar beter tegen wapent. Iets wat maakt dat je na afloop van het gesprek een beetje verdwaasd en met een vaag knagend gevoel achterblijft, omdat er iets is wat niet klopt. Iets waar je maar moeizaam de vinger op kunt leggen.

De metafoor. Een stijlfiguur charmant en schijnbaar onschuldig in haar voorkomen, des te sluwer in haar streven. Als je iets met iets anders vergelijkt (neem nu bijvoorbeeld een broccoli met een bloemkool, ik zeg maar iets), is dat altijd met de bedoeling die twee dingen heel even over dezelfde kam te scheren, waardoor nuanceverschillen onzichtbaar worden en het heel even lijkt alsof je het over hetzelfde hebt. Maar als je dat als tegenpartij of gesprekspartner niet in de smiezen hebt (wat meestal de bedoeling is), word je minder kritisch.

En dat is precies de reden waarom mensen als Ben Van Dijk zich veelvuldig laten verleiden tot het gebruik van metaforen. Niet alleen verlenen ze hem een zekere autoriteit – ze geven hem namelijk een handvat om alles om zich heen te interpreteren als een bevestiging van zijn manier van denken. Maar des te meer omdat zijn bloemkool en mijn broccoli heel even zo hard op elkaar gaan lijken, dat wij het ogenschijnlijk volledig met elkaar eens zijn. Dat broccoli en bloemkool, markt en maatschappij, Van Dijk en Struyf heel even één lijken te worden. En dat is precies het moment waarop Ben Van Dijk – al dan niet bewust – wacht om toe te slaan: het moment van zogenaamde synthese, waarop hij me, zonder dat ik er erg in heb, in zijn val lokt en glimlachend verslindt.

Tenzij … tenzij de verschillen zo groot zijn dat verpakken weinig soelaas biedt. Want Ben Van Dijk heeft absoluut een aardige poging gedaan, maar hij heeft het bewijs geleverd ook: ondernemerschap verpakken als kunstenaarschap lukt zelfs de beste marketeer niet.

‘Het is te laat,’ lees ik thuis op Facebook. Net voor het einde van het jaar maken columnisten en journalisten de balans op. Met een dozijn mislukte klimaattoppen achter de rug kunnen we intussen met zekerheid zeggen dat we alle doelstellingen om de opwarming van de aarde tegen te gaan niet gaan halen, en dat het alleen maar een kwestie van tijd is voor we er hier samen een dik vet punt achter zetten. Het is te laat. We kunnen de klok niet meer terugdraaien. We zitten in de dodenkamer.

Maar dat het goed met ons gaat, hoor ik in het nieuwsbulletin op de radio. Ondanks de recessie en het record aan vliegrampen in het afgelopen jaar namen nooit eerder zoveel reizigers het vliegtuig als in 2014. De verwachtingen voor 2015 zijn nog gunstiger. We kijken vooruit. We moeten door.

Zolang we de dingen kunnen verpakken zodat ze eruit zien als iets anders, zullen we dat blijven doen. De vraag is alleen hoelang we daar nog mee weg komen.

Het doet me denken aan een plaatje uit een kinderboek van vroeger, waarop een zakenman (Ben Van Dijk, zo u wilt) met een big smile en zijn duimen in de lucht van een wolkenkrabber springt, in het volle besef en de volkomen ontkenning van een ding: dit wordt een fatale val.

 

Deze tekst verscheen in februari 2015 in rekto:verso, tijdschrift voor cultuur en kritiek.
Gebaseerd en geïnspireerd op gesprekken met ‘groeipartner’ Carl Van de Velde, ‘multi-goeroe’ Remco Claassen en ‘selfmanager’ Jef Clement.
Met dank aan Roeland Broeckaert, Jozefien Van Beek en Willem De Maeseneer.
Illustraties: Thomas Huyghe